Drop Shot
Techniek
Verticalen
Trollen, deel 1
Basis en materiaal
Roofvis
Statisch 
doodazen
Roofblei
Home
Links
Foto’s
Overige
Vangstverslagen
Techniek
Snoekbaarzen 
met de pen
Trollen, deel 2
Groot water, kanalen...
Trollen, deel 3
De rivier

De aanbeet:
 

Met aanslaan wachten we vaak totdat de dobber echt vlot wegloopt. Meestal een seconde of 5 a 10. Houd er wel rekening mee dat misslaan er ook bij hoort als je met een enkele haak vist. Een optie is een extra stinger met klein dregje te monteren maar zelf doe ik dit liever niet. Naar mijn idee word de presentatie hier slechter en onnatuurlijker van en dit komt de aanbeten niet ten goede.

 

Aangezien ik nog regelmatig vragen krijg over het vissen met de pen (dobber),  word het hoog tijd om eens een stukje van een van mijn favoriete visserijen te schrijven. Kortom, het vissen op snoekbaars met de pen. In dit stukje leg ik even in het kort uit hoe ik dat meestal doe.

Als basis pak ik een soepele en parabolische hengel van rond de 3.00 meter. Hoe verder je moet werpen, hoe makkelijker een langere hengel is. De molen zelf moet gewoon goed werken en heeft weinig eisen. Wel belangerijk is een goede slip die soepel loopt zodat er geen lijnbreuk kan ontstaan doordat de spoel af en toe blijft hangen. Ikzelf vis graag met molens uit de 3000 serie maar dit is een persoonlijke keuze en dit maakt voor de vangst niets uit
 

Dan nu de montage:

Als hoofdlijn gebruik ik nylon van tussen de 18 en 22 honderdste.

 

De dobbers die ik gebruik zijn schuifdobbers. Voor de snoekbaarsvisserij zijn er speciale dobbers gemaakt, de zogenaamde snoekbaarspennen. Het model wat ik gebruik heeft boven het grote drijflichaam nog een klein bolletje zitten. Deze is officieel gemaakt voor de "hoempie ploempie"visserij. Echter maak ik hier weinig gebruik van en bij mij is hij dus enkel om een dobber van afstand beter te kunnen herkennen. De dobbers hebben meestal een draagvermogen van een gram of 5. Beetje afhankelijk van de stroming, wind en de diepte waarop ik wil vissen.

Als stuitje gebruik ik het liefst een stuitje van garen. Het belangrijkste is dat het stuitje soepel door de ogen kan glijden zonder te blijven hangen. mocht het stuitje dunner zijn dan het oogje van de dobber, kun je er evt. nog een klein schuivend kraaltje onder monteren.

De onderlijnen maak ik altijd van fluorcarbon. Dit materiaal is wat sterker dan nylon en dus wat beter bestand tegen evt. scherpe voorwerpen op de bodem, maar niet zo opvallend dan b.v. stalen onderlijnen. Als dikte gebruik ik een dikte van rond de 35 a 40 honderdste.

 

Als haak gebruik ik altijd een haak van gamakatsu Maat 2, Model LS-2210S

Kort samengevat:

 

Staat je stuitje te diep/hoog afgesteld, dan gaat de dobber plat liggen of een stuk hoger staan dan je hebt uitgelood omdat er teveel loodhagels op de boden liggen. Er hangen nu dus te weinig loodhagels nog onder de dobber.

 

Staat je stuitje te ondiep/laag afgesteld, dan hangt het onderste loodje (welke op de onderlijn zit) boven de bodem en hangt dus als gewicht onder de dobber waardoor de dobber zal zinken.

Staat je stuitje op de juiste diepte afgesteld, ligt het loodje op de onderlijn net op de bodem. Nu zal de dobber precies zo staan zoals je hem van tevoren hebt uitgelood zonder onderlijn. Nu weet je ook dat je altijd met de aasvis op, of evt. vlak bij de boden zit te vissen

Ik monteer de aasvis altijd met de haak door de staartwortel heen en doe een stukje rubber als stopper op de haak zodat de aasvis er niet af gaat. Deze knip ik meestal gewoon uit een stukje post elastiek. Wil je dat de aasvis vlak op de bodem ligt, prik dat evt. de zwemblaas lek indien nodig.

Wil de aasvis iets van de bodem af hebben, dan kun je in de bek iets van piepschuim stoppen zodat de vis omhoog komt. De hoogte vanaf de boden kun je afstellen door de hoogte van het loodje op de onderlijn aan te passen.

Snoekbaarzen met de pen

Stekkeuze:

Wat stekkeuze betreft blijft het altijd zoeken. Taluds, splitsingen van kanalen, stroomnaden kuilen enz. zijn allemaal potentiele stekken. Houd er rekening dat ze zodra het kouder worden de meeste snoekbaarzen dieper water op zoeken en dat de snoekbaars een hekel heeft aan veel licht. Troebeler water heeft dus altijd de voorkeur.

 

 

Uitloden:
 

De dobber word uitgelood zonder onderlijn. Lood hem nu uit zoals je de dobber wil hebben staan tijdens het vissen.

Na het uitloden monteer ik de onderlijn met hierop een loodje extra waardoor de dobber langzaam zinkt. Zorg dat dit loodje hiervoor voldoende gewicht heeft, maar niet meer dan nodig. Zorg ook tijdens het vissen dat dit loodje net op de boden ligt en dus geen invloed heeft op de uitloding van de dobber. Op deze manier ligt de montage licht verankerd met weinig weerstand voor de snoekbaars en waait de montage niet snel weg. Ook kun je perfect zien of je op de juiste diepte zit.

Het aas:
 

Als aasvis gebruik ik dode aasvisjes van rond de 8 cm. liefst een voorntje of kleine roofblei. Spiering lijkt me ook een goede optie maar hier heb ik zelf nog weinig ervaring mee.

 

Kijk ook niet gek op als je als bijvangst een keer een snoek of paling vangt. Bij snoek bestaat er wel een risico dat deze de lijn doormidden bijt. Fluorcarbon is in deze dikte niet echt snoekbestendig. Echter vissen met een stalen onderlijn, verkleint wel de kansen op een aanbeet. Het is maar net waar je zelf voor kiest.

Door: John van Harn